Gisteren heb ik geluncht met Juliette Yuan, een Chinese curator die inmiddels ruim 6 jaar in Parijs woont, en onder andere bezig is met het organiseren van een tentoonstelling over digitale media en toegepaste kunst en architectuur. Zij is bevriend met Neville Mars van Dynamic City, en hij heeft ons aan elkaar voorgesteld. Het was een interessant gesprek, Juliette kon me veel vertellen over hoe zij de creatieve sfeer in China beleeft. Het feit bijvoorbeeld dat Chinezen geen dromers zijn maar pragmatici. Kunst brengt lang niet altijd geld in het laatje, en mede daarom is het razend moeilijk om hier projecten financiëel gesteund te krijgen door lokale sponsors. Mijn situatie hier, en het feit dat het FondsBKVB mij daar financiëel in steunt, dat is, zoals J. zegt een enorme luxe. En het pleit, wat J. betreft, voor de mentaliteit die in NL heerst ten opzichte van het stimuleren van cultuur. Feitelijk wordt ik gesteund om een droom na te jagen, en dat is in China, voorlopig ondenkbaar. Ja, er wordt wel gedroomd over het bereiken van success en rijkdom, maar dromen over iets ontastbaars en onpraktisch, dat is zeldzaam.
Het feit dat Chinese overheid, instellingen en bedrijven weinig steun geven aan kunstprojecten is er medeverantwoordelijk voor dat veel Chinese curatoren internationale projecten aangaan. Want buitenlandse instellingen zijn wél bereid geld te geven voor het verwezenlijken van kunstprojecten. Natuurlijk is er ook oprechte belangstelling voor datgene wat elders in de wereld gebeurt, maar ik heb gesprekken gehoord waaruit ik een overduidelijke frustratie en woede hoor over het feit dat er niet geïnvesteerd wordt door de eigen overheden.
Tijdens ons gesprek kwam ook ter sprake hoe veel tijd het nog gaat kosten voordat het Chinese publiek een bepaald niveau bereikt in de appreciatie van kunst en cultuur. Ik heb wel eerder geroepen dat ik vermoed dat het niet heel lang duurt voordat men hier, bijvoorbeeld op de academies waar ik vorig jaar lezingen gaf, veel selectiever gaat worden in wie ze uitnodigen. Want nu, nog steeds, lijkt het alsof iedere geluid uit het Westen gretig omarmd wordt, zonder enige kritiek. Dat is één van de redenen waarom het mij vooralsnog niet trekt om hier les te geven: als buitenlandse docent zou ik eerder als een statussymbool fungeren dan dat ik gewaardeerd zou worden om mijn visie. Dat zou me op den duur diep ongelukkig maken. Dit zal denk ik wel vrij snel veranderen, maar waar J. me op wees, is dat: ja, de professionals die zullen misschien aardig snel op stoom komen, maar het publiek, dat is een heel ander verhaal. Daarom is het klimaat voor kunstorganisators hier, wat J. betreft, nog verre van ideaal.
Ook de eeuwen oude traditie van het kopiëren, wat zich in de 21st eeuw o.a. uit in DVD-piracy en het namaken van allerlei merken, drukt een zware stempel op de wijze waarop creativiteit bekeken wordt. Chinezen hebben vaak geen enkele moeite met het kopiëren van het werk van anderen. J. vertelt van een kunstenaar die software had gemaakt, en dat IT’ers met enig inzicht wel kunnen uitvogelen hoe het werkt, en niet schromen om het na te maken. Men lijkt weinig waarde te hechten aan of iets het origineel is of niet. Een reproductie van een schilderij is toch net zo mooi? In de Chinese kunst traditie is het kopiëren van het werk van de meesters dé manier om zelf een goede kunstenaar te worden. Zoals ik eerder beschreef, in de boekwinkels zie ik hoe mensen fotos aan het nemen zijn van de paginas in de boeken. Studenten op kunstacademies fotograferen op de afstudeer- tentoonstelling alles wat los en vast zit, en ik ben benieuwd hoeveel van deze studenten het gefotografeerde werk zelf weer gaan reproduceren.
In een dergelijk klimaat is het voor een creatieve geest haast onmogelijk om (financiële) waardering voor hun werk te oogsten. En zolang het publiek over het algemeen niet de waarde inziet van originaliteit blijft het moeilijk.